Stop met helen van de moeder
Wanneer helpen niet om de ander gaat, maar om erkenning uit het verleden
Soms merk je dat je iemand helpt — een vriendin, cliënt, partner — maar dat het in de onderstroom eigenlijk niet om die ander gaat. Dat je iets probeert te herstellen wat veel ouder is. Dat je, zonder het te weten, bezig bent met het helen van de moeder.
Niet de werkelijke moeder van nu, maar het innerlijke beeld van haar: de plek waar ooit erkenning, veiligheid en bestaansrecht gezocht werden. En misschien ook gemist.
Het kind en de emotioneel niet-beschikbare moeder
Wanneer een moeder emotioneel niet werkelijk beschikbaar is — door haar eigen geschiedenis, pijn of overbelasting — ontstaat er bij het kind een leegte. Een leegte die niet gevuld wordt door ontvangen, maar door geven.
Het kind gaat zorgen, ondersteunen, afstemmen. En daarin gebeurt iets essentieels: ik word gezien.
Niet omdat ik besta, maar omdat ik er voor jou ben.
Zo ontstaat een diep overlevingsmechanisme: bestaansrecht wordt gekoppeld aan zorgen voor de ander. Niet als bewuste keuze, maar als innerlijke noodzaak.
Van moeder naar wereld
Later in het leven verplaatst dit patroon zich. Niet langer naar de moeder, maar naar vriendinnen, cliënten, partners, collega’s. Helpen wordt een manier om erkenning te voelen. Om bestaansrecht te ervaren. Om te mogen zijn.
Bij vrouwen zie je dit vaak sterk. Ze verliezen zich in gezien willen worden. Niet uit ijdelheid, maar uit een diepe, oude honger naar bevestiging. Het geven wordt dan geen vrije beweging meer, maar een voorwaarde voor verbinding.
Nee zeggen voelt onmogelijk. Want nee zeggen tegen iemand die hulp nodig heeft, raakt dezelfde plek als vroeger nee zeggen tegen moeder. En dat voelde ooit levensbedreigend.
Wanneer helpen niet echt om de ander gaat
Wat hier zo subtiel en pijnlijk is: in de onderstroom gaat het helpen vaak niet werkelijk om de ander. Het gaat om het gevoel dat vroeger ontstond toen je er mocht zijn voor je moeder. Het gaat om erkenning. Om bestaansrecht. Om eindelijk gezien worden.
En dat maakt het zo verwarrend. Want aan de buitenkant lijkt het liefde, zorgzaamheid, toewijding. En dat is het ook. Maar onder die stroom ligt iets anders: een oud kind dat nog steeds probeert te bestaan via de ander.
Onderstroom en bovenstroom
Wanneer iemand in de onderstroom nog bezig is met het helen van de moeder, raakt creatie vaak wil-gedreven. Niet gedragen door innerlijke rust of natuurlijke stroom, maar gestuurd door ego: door de behoefte om gezien te worden, erkend te worden, waarde te voelen.
Dan zijn onderstroom en bovenstroom niet op elkaar afgestemd. Je helpt, creëert, geeft — maar het kost energie in plaats van dat het voedt. Het voelt leeg of vermoeiend, omdat het voortkomt uit overleving in plaats van uit vrijheid.
Een herkenbaar voorbeeld
Een concreet voorbeeld kwam van meesteropsteller Stephan Hausner tijdens een training. Hij sprak over zijn beginjaren, waarin hij geen of nauwelijks betaling vroeg voor zijn werk als osteopaat, en waarin mensen hem ook in zijn vrije tijd wisten te vinden. “At that time, i was healing the mother”. Vanuit systemisch perspectief laat dit zien hoe innerlijke loyaliteit en het verlangen om gezien te worden zich vertalen naar praktisch gedrag en beroepskeuzes.
Zijn woorden raakten me, omdat ik zelf door een vergelijkbare fase ben gegaan.
De zoektocht naar een vervangende moeder
Bij veel vrouwen zie je een herkenbaar patroon: het onbewuste zoeken naar een vervangende moeder in een vrouwelijke therapeut, healer of leraar. Vaak is er een mix van bewondering en aantrekking — maar tegelijk ook een gevoel van concurrentie. Vrouwen willen zowel zorg en erkenning ontvangen als zelf de “grote” zijn in de relatie: de vervangende moeder willen én over haar willen moederen.
Deze innerlijke spanning weerspiegelt het oorspronkelijke gemis: het verlangen om eindelijk werkelijk gezien te worden door de moeder, én de pijn dat dit nooit volledig gebeurde. De begeleider wordt dan onbewust geladen met deze oude verwachtingen. Het gaat daarbij niet zozeer om daadwerkelijk geholpen te worden, maar om het ontvangen van die diepere erkenning.
Wanneer dat niet lukt — want niemand kan deze plek volledig innemen — kan er spanning, teleurstelling of rivaliteit ontstaan. Dit is echter geen persoonlijk falen, maar een slimme overlevingsstrategie van het familiesysteem. Het patroon laat zien hoe oude emoties en behoeftes uit de kindertijd nog steeds invloed hebben op volwassen relaties.
Stoppen met het helen van de moeder
Het stoppen met het helen van de moeder betekent niet dat je stopt met zorgen, geven of verbinden. Het betekent dat je ophoudt met je bestaansrecht halen uit de ander.
Het betekent:
– Dat je geeft omdat je wilt, niet omdat je moet
– Dat je nee kunt zeggen zonder innerlijke paniek
– Dat je jezelf niet langer verlaat om gezien te worden
Dan verschuift helpen van overleving naar keuze. Van ego naar aanwezigheid. Van zoeken naar rust.
En pas dan ontstaat echte gelijkwaardigheid in relaties.
Heling in praktijk
Systemisch werk, opstellingen en lichaamsgerichte rituelen kunnen dit bewustwordingsproces ondersteunen:
• Opstellingen maken de dynamiek tussen moeder en kind zichtbaar en voelbaar.
• Rituelen en beweging helpen oude patronen symbolisch te integreren of los te laten.
• IPT (Integral Pelvic Therapy) ondersteunt het vullen van de innerlijke leegte met eigen aanwezigheid en helpt verdoving in het lichaam te verzachten, zodat voelen weer mogelijk wordt.
• Bewuste reflectie — schrijven, meditatie of creatieve expressie — verdiept inzicht.
• Grenzen oefenen helpt je onderscheiden wat van jou is en wat van de ander, zodat je in vrijheid kunt handelen.
Tot slot
Stoppen met het helen van de moeder is geen afscheid van liefde.
Het is thuiskomen bij jezelf.
Het is de beweging van:
Ik besta niet omdat jij mij ziet — ik besta, en daarom kan ik jou zien.
En precies daar wordt helpen weer zuiver.
Niet meer nodig om te overleven.
Maar vrij om te stromen.




