Het lichaam hoeft niet geopend te worden.
Het lichaam opent zich wanneer het zich veilig genoeg voelt.

Een lichaam dat ontlaadt is niet hetzelfde als een lichaam dat zich veilig voelt

Wie sociale media volgt, ziet ze regelmatig voorbij komen.

Een lichaam begint hevig te trillen.
Een psoas laat los.
Iemand huilt diep.
Er ontstaat een indrukwekkende ontlading.

Het zijn beelden die raken.
Ze laten zien dat er iets beweegt.

Maar steeds vaker merk ik dat zulke beelden bij mij vooral een vraag oproepen.

Niet de vraag wat er tijdens de sessie gebeurt.
Maar de vraag:

Wat gebeurt er daarna?

De aantrekkingskracht van een release

Binnen lichaamsgericht werk wordt een release vaak gezien als een teken dat het lichaam spanning loslaat.

Soms is dat ook zo.

Een spier ontspant.
De adem verdiept.
Emoties krijgen ruimte.
Het lichaam ervaart meer bewegingsvrijheid.

Dat kunnen waardevolle ervaringen zijn.

Ik heb daar veel respect voor.

Een lichaam kan op verschillende manieren laten zien dat er iets in beweging komt.

En tegelijkertijd vraag ik mij af of we een release soms niet verwarren met duurzame verandering.

Want een lichaam dat ontlaadt is niet hetzelfde als een lichaam dat zich veilig voelt.

Een lichaam kiest nooit zomaar voor spanning

Vanuit de polyvagaaltheorie kijken we anders naar het lichaam.

Spanning is niet per definitie een probleem.

Vaak is spanning een intelligente beschermingsreactie.

Het zenuwstelsel beïnvloedt voortdurend spieren, ademhaling, bindweefsel en houding op basis van één centrale vraag:

Ben ik veilig?

Wanneer het antwoord nee is, kiest het lichaam voor bescherming.

Niet omdat het lichaam ‘stuk’ is.

Maar omdat het probeert ons veilig te houden.

Stel dat de psoas ontspant…

Laten we de psoas als voorbeeld nemen.

Stel dat deze spier tijdens een behandeling diep ontspant.

Dat kan een enorme opluchting geven.

Maar wat gebeurt er wanneer iemand een week later opnieuw in een stressvolle situatie terechtkomt?

Wanneer neuroceptie opnieuw gevaar waarneemt?

Wanneer het zenuwstelsel nog steeds gelooft dat bescherming noodzakelijk is?

Is het dan vreemd dat dezelfde spier opnieuw spanning opbouwt?

Voor mij eigenlijk niet.

Misschien stellen we de verkeerde vraag.

Misschien is de belangrijkste vraag niet:

“Is de psoas los?”

Maar:

Heeft het zenuwstelsel geleerd dat er ook veiligheid kan zijn zonder dat het lichaam zich op dezelfde manier hoeft vast te houden?

Dat is een heel andere manier van kijken.

Dan verschuift de aandacht van spieren naar regulatie.
Van techniek naar veiligheid.
Van ontlading naar integratie.

Een release is een gebeurtenis.
Integratie is een proces.

Een release kan een moment zijn.
Integratie vraagt tijd.

Het zenuwstelsel leert niet alleen door een indrukwekkend moment.

Het leert vooral door herhaalde ervaringen van veiligheid.

Door telkens opnieuw te ervaren:

“Ik hoef mezelf niet meer op dezelfde manier te beschermen.”

Pas dan kan een nieuw patroon zich werkelijk verankeren in het lichaam.

Meer is niet altijd dieper

Soms lijkt het alsof een behandeling succesvoller is naarmate de ontlading groter is.

Maar is dat werkelijk zo?

Ik weet het niet.

Ik heb cliënten gezien die nauwelijks zichtbare veranderingen lieten zien tijdens een sessie, maar die weken later vertelden dat hun adem vrijer werd, hun bekken zachter aanvoelde of dat ze voor het eerst zonder angst een gynaecologisch onderzoek konden ondergaan.

Dat zijn geen spectaculaire verhalen.

Ze gaan niet viral op Instagram.

Maar voor mij zijn het misschien wel de meest betekenisvolle vormen van verandering.

Diepte zit voor mij niet in de intensiteit van de ervaring.

Diepte zit in de mate waarin het lichaam zich werkelijk gehoord, gerespecteerd en gedragen voelt.

De therapeut opent het lichaam niet

Misschien is dit wel de grootste verschuiving in mijn eigen ontwikkeling.

Ik geloof steeds minder dat een therapeut een lichaam kan openen.

Ik geloof wel dat een therapeut omstandigheden kan creëren waarin een lichaam zich durft te openen.

Dat lijkt een klein verschil.

Voor mij is het een wereld van verschil.

Diepe processen kunnen plaatsvinden.
Soms zijn ze voelbaar.
Soms zichtbaar.

Maar het doel is niet om een lichaam ergens naartoe te brengen.

Het vraagt om vertragen.

Om afstemmen.

Om diep luisteren.

Om het tempo van het zenuwstelsel te volgen.

Het lichaam bepaalt het tempo

Daarom werk ik niet vanuit het verlangen naar een grote release.

Wanneer een diepe ontlading ontstaat, is daar alle ruimte voor.

Maar het is nooit het doel.

Mijn aandacht gaat uit naar iets anders.

Kan het zenuwstelsel zich veilig genoeg voelen om zichzelf anders te organiseren?

Kan het lichaam ontdekken dat het vandaag iets minder hoeft vast te houden dan gisteren?

Kan veiligheid langzaam sterker worden dan bescherming?

Kan er ruimte ontstaan voor nieuwe ervaringen, voedende overtuigingen en keuzes die het gevoel van veiligheid in jezelf bekrachtigen?

Voor mij ligt daar de essentie van lichaamswerk.

Niet in het najagen van bijzondere momenten.

Maar in het begeleiden van een lichaam dat stap voor stap leert vertrouwen op zijn eigen vermogen tot zelfregulatie.

 

Fotocredits: PhotographYsanne